Nog 884 dagen tot einddeadline hercertificering · 12 maart 202930 dagen gratis starten →

BRL 100 deelgebieden I, II en III: welke scope heb jij nodig

BRL 100 deelgebieden I, II en III: welke scope heb jij nodig

BRL 100 versie 3.0 kent drie deelgebieden. Deelgebied I is F-gassen, koolwaterstoffen en de alternatieve blusstoffen. Deelgebied II is CO₂. Deelgebied III is ammoniak. Je hebt een deelgebied nodig zodra je aan installaties met die stoffen werkt, ook als dat maar om één installatie gaat.

6 min leestijd

Je doet airco's, warmtepompen en een stuk of wat koelcellen. F-gassen dus.

En dan is er die ene klant met een CO₂-installatie in het magazijn. Twee keer per jaar, meer niet. Die stond er al voordat het jouw klant werd.

Sinds versie 3.0 van de BRL 100 is dat geen uitzondering meer die je erbij doet. Dat is een tweede deelgebied.

Wat zijn de BRL 100 deelgebieden precies?

BRL 100 versie 3.0 is per 31 augustus 2026 in werking getreden en splitst de certificering op in drie deelgebieden. Je bedrijf wordt per deelgebied gecertificeerd, en op je certificaat komt te staan welke dat zijn. De bredere context van versie 3.0 staat in de gids over BRL 100 v3.0.

DeelgebiedStoffenWaar je het tegenkomtExtra eisen in de richtlijn
I
F-gassen, koolwaterstoffen zoals propaan en isobutaan, en drie alternatieve blusstoffen
airco, warmtepompen, koeling, R-290-units, brandbeveiligingsapparatuur
taak-risicoanalyse bij brandbare stoffen, explosieveiligheidsdocument onder ATEX
II
koolstofdioxide (CO₂, R-744)
transkritische supermarktkoeling, industriële koeling, warmtepompen
risicobeoordeling op blootstellingsconcentraties, CO₂-specifieke lekdetectie
III
ammoniak (NH₃, R-717)
industriële koeling, ijsbanen, voedingsmiddelen
aantoonbaar werken volgens de meest recente PGS 13, ammoniakspecifieke lekdetectie

De drie deelgebieden van BRL 100 v3.0. De kolom "waar je het tegenkomt" is onze eigen toelichting en geen onderdeel van de richtlijn.

De omschrijving van deelgebied I in de richtlijn is breder dan hij op het eerste gezicht lijkt. Er staat dat het van toepassing is "als gewerkt wordt aan installaties waarbij gefluoreerde broeikasgassen of koolwaterstoffen of één van de alternatieve stoffen die gebruikt kunnen worden in brandbeveiligingsapparatuur betrokken zijn".

Koolwaterstoffen zitten dus in hetzelfde deelgebied als F-gassen. Doe je propaanunits, dan heb je daar geen apart deelgebied voor nodig. Doe je CO₂ of ammoniak, dan wel.

De scope gaat verder dan stationaire apparatuur. Koeling, klimaatregeling, warmtepompen, organische rankinecycli, brandbeveiligingsapparatuur en mobiele koeleenheden vallen er nu allemaal onder. Bij die laatste gaat het om koelwagens en koelaanhangwagens, koeleenheden van lichte koelvoertuigen, gekoelde intermodale containers en gekoelde treinwagons.

Hoe bepaal je welk deelgebied jij nodig hebt?

Kijk niet naar wat je hoofdzakelijk doet. Kijk naar wat je aanraakt.

Loop je klantenlijst af en zet er per installatie het koudemiddel bij. Niet uit je hoofd, uit je logboek.

Kom je ergens R-744 tegen, dan werk je in deelgebied II. Kom je R-717 tegen, dan is dat deelgebied III.

Één installatie telt net zo hard als vijftig. De richtlijn kent geen ondergrens voor "af en toe".

En daar zit precies de reden waarom de deelgebieden bestaan. Het Informatiepunt Leefomgeving legt het zo uit: "De veiligheidseisen waaraan een onderneming moet voldoen die ammoniakbevattende installaties onderhoudt of installeert, zijn immers anders dan een onderneming die aan kleine propaaninstallaties werkt."

Het gaat dus niet om administratieve hokjes. Het gaat erom dat je aantoonbaar toegerust bent voor de stof waar je aan werkt.

Voor een deelgebied waarin je twee keer per jaar komt, moet dat net zo goed staan als voor je dagelijkse werk.

Wat betekent dit voor je monteurs?

Hier gaat het in de praktijk mis, want het zijn twee verschillende systemen.

Het deelgebied gaat over je bedrijf en staat in de BRL 100. De certificaten van je monteurs gaan over personen en staan in de BRL 200. Ze dekken dezelfde stoffen af, maar ze heten anders en ze lopen niet één op één mee.

Sinds versie 2.0 van de BRL 200 zijn dit de persoonscertificaten:

  • A1 F-gassen én koolwaterstoffen, alle hoeveelheden. Hoort bij deelgebied I.

  • A2 F-gassen en koolwaterstoffen tot 3 kg, of 6 kg hermetisch. Hoort bij deelgebied I.

  • B kooldioxide (CO₂), alle hoeveelheden. Hoort bij deelgebied II.

  • C ammoniak (NH₃), alle hoeveelheden. Hoort bij deelgebied III.

  • D alleen terugwinning F-gassen tot 3 kg, of 6 kg hermetisch. Hoort bij deelgebied I.

  • E alleen lekcontrole aan F-gassystemen zonder het circuit te openen. Hoort bij deelgebied I.

Kijk naar B en C. Eén letter, alle hoeveelheden, geen tussenstap.

En dat is het punt. Je bedrijfscertificaat voor deelgebied II zegt niets over de monteur die je erheen stuurt. Die heeft zelf certificaat B nodig, ook voor die ene koelcel, ook als hij er tien jaar zonder is geweest.

De data lopen ook niet gelijk. De nieuwe persoonscertificaten zijn zeven jaar geldig. Bestaande certificaten blijven onder voorwaarden geldig tot 12 maart 2029, daarna zijn alleen certificaten volgens het nieuwe systeem nog geldig.

Je bedrijfscertificaat op BRL 100 versie 2.0 vervalt eerder, namelijk per 31 augustus 2028, met een uiterste hersteltermijn tot 30 november 2028.

Twee tijdlijnen dus, met je transitie-audit ergens ertussenin.

Wat gebeurt er als je in een deelgebied werkt zonder certificering?

De ILT controleert of bedrijven en monteurs over de juiste certificaten beschikken. Ontbreekt het juiste certificaat, dan kun je daar meerdere keren een boete voor krijgen.

Het Informatiepunt Leefomgeving noemt de bedragen: "Voor personen bedraagt de boete € 1.500,- en voor bedrijven € 3.000,-." Bij langdurige, meervoudige en herhaaldelijke overtredingen wordt het boetebedrag door de officier van justitie bepaald.

Reken daar de doorlooptijd bij op. Een aanvullend persoonscertificaat regel je niet in een week, want er hoort een examen bij en dat heeft een wachtlijst.

De praktische conclusie is saai maar hard: je ontdekt dit liever nu dan tijdens je audit.

Wat doe je deze week?

Drie dingen.

Maak een lijst van koudemiddelen, niet van klanten. Per installatie het middel erbij. De uitkomst is een lijstje van twee of drie stoffen, en daarmee weet je je deelgebieden.

Leg naast elk deelgebied de certificaten van je monteurs. Werk je in deelgebied II, dan wil je weten wie er certificaat B heeft. Staat daar niemand, dan heb je nu een actie en geen bevinding.

Bel je certificerende instelling over de deelgebieden op je certificaat. Wat er straks op staat, bepaalt waar je aan mag werken. Je CI is hierin leidend, niet een artikel.

Één ding is het overwegen waard voordat je dit oppakt. De deelgebieden verbreden niet je vakwerk maar je bewijslast.

Per deelgebied moet je kunnen laten zien wat er gebeurd is, met welke stof, door wie en wanneer. Bij één administratie is dat te doen. Bij drie losse lijstjes die pas voor de audit bij elkaar komen, wordt het de auditweek in drievoud.

Welk koudemiddel staat er bij jou in het logboek waar je certificaat niets over zegt?

Bronnen: BRL 100 versie 3.0 via het Informatiepunt Leefomgeving. Informatiepunt Leefomgeving, eisen aan ondernemingen, eisen aan natuurlijke personen, toezicht en handhaving, en de toelichting op de overgangsregeling BRL 100 v3.0. Kiwa over wat er verandert met versie 3.0. Geraadpleegd op 23 september 2026. Dit artikel is geen certificeringsadvies; voor je eigen situatie is je certificerende instelling leidend.

Veelgestelde vragen

Ondernemingen worden per deelgebied gecertificeerd op basis van hun werkzaamheden, en op het certificaat staat welke deelgebieden dat zijn. Werk je in meerdere deelgebieden, dan moet je daarvoor ook gecertificeerd zijn. Overleg met je certificerende instelling welke deelgebieden bij jouw werk horen.

Nee. Koolwaterstoffen vallen samen met F-gassen onder deelgebied I. Voor de monteur is dat certificaat A1 of A2, afhankelijk van de hoeveelheid.

De richtlijn kent geen ondergrens voor aantallen. Zodra je aan installaties werkt waarbij CO₂ betrokken is, val je in deelgebied II en heeft de monteur certificaat B nodig. Leg deze vraag voor aan je CI voordat je aanneemt dat het meevalt.

De registratieplicht uit de F-gassenverordening en de jaarlijkse F-gassenbalans uit BRL 100 v3.0 gaan over F-gassen. Bij CO₂ en ammoniak liggen de aanvullende eisen vooral op veiligheid. Je werkregistratie per installatie blijft in alle gevallen gelden. Vraag je CI wat dat voor jouw deelgebieden concreet betekent.

Bestaande certificaten blijven onder voorwaarden geldig tot 12 maart 2029. Daarna zijn alleen certificaten volgens het nieuwe systeem nog geldig. De nieuwe certificaten zijn zeven jaar geldig.

Beginnen kost niets. Wachten wel.

Probeer Coolproof dertig dagen gratis. Zie zelf hoe snel je registratie overzichtelijk en controleklaar wordt.

Start 30 dagen gratis →

© 2026 Coolproof by 11Effect · Koudemiddelregistratie voor installateurs